Je boekhouder legt je twee opties voor: een bedrijfswagen via de vennootschap, of datzelfde bedrag als bruto loon. Je kiest intuïtief voor de wagen, want ‘de zaak betaalt toch’. Maar klopt dat ook als je de cijfers echt naast elkaar legt? Wij van Deskundig.be werken de vergelijking concreet uit, zodat je ziet wat beide keuzes je netto opleveren en wat ze je kosten.
De rekening die de meeste zelfstandigen nooit volledig maken
Een bedrijfswagen voelt goedkoop aan omdat je hem niet uit je privérekening betaalt. Maar je vennootschap draagt wel degelijk alle kosten: de leasing of aankoop, de verzekering, de brandstof of laadkosten, het onderhoud en de eventuele laadpaal thuis. Tegelijk betaal je als bedrijfsleider een voordeel van alle aard (VAA) op de privécomponent van dat gebruik, wat je netto loon verlaagt.
De vraag ‘bedrijfswagen of loon als zelfstandige’ draait eigenlijk om drie variabelen: het type wagen (en dus de CO2-uitstoot), het percentage beroepsgebruik, en of je werkt via een vennootschap of als eenmanszaak. Die drie factoren bepalen samen hoeveel de wagen echt kost en wat je er netto aan overhoudt.
Drie variabelen die alles bepalen
Elektrische wagens krijgen in België een fiscale voorkeursbehandeling. De vennootschapsbelasting is volledig aftrekbaar (100%) voor volledig elektrische voertuigen, mits ze voor eind 2026 zijn besteld. Hybrides en wagens met verbrandingsmotor worden steeds strenger behandeld: de aftrekbaarheid daalt naarmate de CO2-uitstoot stijgt, en het voordeel van alle aard wordt zwaarder belast.
Beroepsgebruik speelt ook mee: gebruik je de wagen voor 80% professioneel, dan drukt de privécomponent minder zwaar op je belastbaar inkomen. En als eenmanszaak heb je geen vennootschapsbelasting als buffer, waardoor een bedrijfswagen fiscaal minder aantrekkelijk is dan via een BV of NV.
Cijfervoorbeeld 1: elektrische bedrijfswagen van 45.000 euro
Stel: je vennootschap leaset een volledig elektrische wagen van 45.000 euro. De maandelijkse leasing (inclusief onderhoud, verzekering en laadkaart) bedraagt circa 900 euro, of 10.800 euro per jaar.
De vennootschap kan 100% van die kosten aftrekken. Dat levert een belastingbesparing op van ongeveer 2.700 euro per jaar (bij een vennootschapsbelasting van 25%). Nettokost voor de vennootschap: circa 8.100 euro per jaar.
Jij als bedrijfsleider betaalt een VAA. Voor een elektrische wagen van 45.000 euro met een cataloguswaarde van 45.000 euro en een CO2-uitstoot van 0 g/km bedraagt het VAA ruwweg 1.400 tot 1.700 euro per jaar (afhankelijk van de leeftijd van de wagen en het referentiepercentage). Op het hoogste tarief van de personenbelasting (50%) betaal je daar zo’n 700 tot 850 euro extra belasting op. Dat is de prijs voor het privégebruik.
Netto voordeel voor jou: je rijdt voor circa 700 tot 850 euro per jaar (netto) een wagen van 45.000 euro. Dat is, vergeleken met een privéleasing, een sterk voordeel.
Cijfervoorbeeld 2: hybride of benzinewagen van 45.000 euro
Neem dezelfde cataloguswaarde maar een plug-in hybride met een CO2-uitstoot van 35 g/km. De aftrekbaarheid daalt naar 75% (als richtlijn, afhankelijk van het exacte uitstootprofiel en de bouwjaarregels). De nettokost voor de vennootschap stijgt daardoor.
Bovendien is het VAA hoger: voor een wagen met dezelfde cataloguswaarde maar een hogere CO2-coëfficiënt kan het VAA oplopen tot 3.500 tot 5.000 euro per jaar. Dat betekent 1.750 tot 2.500 euro extra personenbelasting op het hoogste tarief. De wagen ‘kost’ jou dus al snel twee tot drie keer meer dan de elektrische variant, terwijl de cataloguswaarde gelijk is.
Voor een klassieke benzine- of dieselwagen met hogere uitstoot wordt het VAA nog groter en de aftrekbaarheid kleiner. Wij raden je af om in 2026 nog een nieuwe verbrandingswagen via de vennootschap te kopen, tenzij je hem overwegend professioneel gebruikt en je fiscale situatie dat rechtvaardigt.
Cijfervoorbeeld 3: hetzelfde budget als loon of dividend
Wat als je vennootschap diezelfde 10.800 euro per jaar niet in een leasing stopt, maar uitkeert als brutoloon? Na RSZ-bijdrage (sociale bijdragen voor zelfstandigen, circa 20,5%) en personenbelasting (stel 50% op het hoogste schijf) blijft er netto ruwweg 4.300 tot 4.800 euro per jaar over. Dat is minder dan 400 euro per maand netto.
Via dividend: de vennootschap betaalt 25% vennootschapsbelasting op de winst, dan nog 30% roerende voorheffing op het nettodividend. Van 10.800 euro brutowinst houd je netto circa 5.700 euro over. Beter dan loon, maar je bouwt geen sociale rechten op.
Vergelijking op een rij:
| Scenario | Jaarbudget vennootschap | Netto voordeel bedrijfsleider |
|---|---|---|
| Elektrische wagen (lease + VAA) | 10.800 euro | Wagen t.w.v. 45.000 euro, eigen kost 700-850 euro/jaar |
| Hybride wagen (lease + VAA) | 10.800 euro | Wagen t.w.v. 45.000 euro, eigen kost 1.750-2.500 euro/jaar |
| Brutoloon | 10.800 euro | Circa 4.300-4.800 euro netto |
| Dividend | 10.800 euro (brutowinst) | Circa 5.700 euro netto |
Het omslagpunt: wanneer wint loon het van de wagen?
Loon wint het van de wagen als je toch al een privéwagen hebt die je weinig kost, als je nauwelijks kilometers rijdt of als je een goedkopere wagen overweegt. Bij een wagenbudget onder de 25.000 euro begint de schaal te kantelen: de besparing via de vennootschap is kleiner, het VAA blijft aanwezig en de moeite (administratie, tankkaart, kilometeradministratie) weegt zwaarder.
De elektrische bedrijfswagen wint duidelijk bij wie veel kilometers rijdt, een hogere belastingschijf heeft (50%) en een wagen nodig heeft van meer dan 35.000 euro. Dan is de fiscale hefboom het grootst.
De verborgen kosten die je mee moet rekenen
Een tankkaart of laadpas klinkt als een extraatje, maar verhoogt het VAA niet zolang ze via de vennootschap loopt en je het privégebruik apart bijhoudt. Verzekering en onderhoud zijn volledig aftrekbaar bij elektrische wagens. Maar vergeet niet: een laadpaal thuis installeren kost 1.500 tot 3.000 euro eenmalig, die je wel via de vennootschap kunt laten betalen.
Wat veel zelfstandigen over het hoofd zien: een hoger loon verhoogt je sociale bijdragen als zelfstandige maar ook je pensioenopbouw. Een bedrijfswagen doet dat niet. Als je pensioenopbouw al goed geregeld is via een VAPZ of groepsverzekering, speelt dit minder. Maar als je bijdragen toch al aan de lage kant zijn, kan een loonverhoging op lange termijn meer opleveren dan de voordelen van de wagen.
Alternatieve constructies: mobiliteitsbudget, cash for car en fiets
Heb je al een bedrijfswagen maar wil je flexibiliteit? Dan is het mobiliteitsbudget een interessante piste. Je ruilt de wagen (of een deel van zijn waarde) in voor een budget dat je belastingvrij kunt besteden aan duurzame mobiliteit: een elektrische fiets, openbaar vervoer of een goedkopere elektrische wagen.
Cash for car (de formele regeling) is intussen afgeschaft voor nieuwe gevallen, maar wie al in een bestaande regeling zit, kan die verder zetten. Een fietsvergoeding van maximaal 0,35 euro per kilometer is fiscaal vrijgesteld en kan een mooie aanvulling zijn als je woon-werkverkeer beperkt is en je toch een groen signaal wil geven.
Checklist: vijf vragen vóór je beslist
Vóór je de knoop doorhakt over een bedrijfswagen of hoger loon als zelfstandige, stel jezelf deze vragen:
- Hoeveel kilometer rij je per jaar, en wat is de verhouding beroepsmatig versus privé?
- Overweeg je een elektrische wagen, of blijf je bij een hybride of verbrandingsmotor?
- Heb je je pensioenopbouw (VAPZ, IPT) al voldoende gedekt, of heb je ook sociale rechten nodig?
- Wat is je belastingschijf? Zit je al in de hoogste schijf van 50%, dan is het VAA relatief duurder.
- Heb je privé al een wagen, of ben je volledig afhankelijk van de bedrijfswagen?
Beantwoord je die vragen eerlijk, dan valt de juiste keuze bijna vanzelf op zijn plek.
Een elektrische bedrijfswagen is in veel gevallen fiscaal voordeliger dan een equivalent brutoloon, zeker voor zelfstandigen die in een hogere belastingschijf vallen en effectief veel rijden. Maar wie weinig kilometers maakt, zijn pensioenopbouw wil versterken of gewoon niet aan een leasecontract wil vastzitten, heeft goede redenen om toch voor loon of dividend te kiezen. De ‘vennootschap betaalt’ is een gevaarlijk gevoel: alle kosten passeren uiteindelijk langs de resultatenrekening van jouw bedrijf. Bereken het met jouw eigen cijfers, bij voorkeur samen met je boekhouder, voor je een handtekening zet.